Hoofdtekst
33 ‘Elvrmènnekes’. Een brave kleermaker of schoenmaker die z’n werk niet goed kon doen en die kon dan niet voort en die moest dat af hebben. En dan ’s anderendaags was het ‘vjadeg’ (= gereed). Dat waren de ‘elvermènnekes’ wat het afgemaakt hadden. Wie was dat? [haalt schouders op] En de mensen waren daarvan overtuigd dat daar iets was.II Sommige ‘läöi’ hebben me al verteld, als ik vroeg van ‘elvermènnekes’, van: "Ja, dat zijn zo kabouterkes, hé…"33 Kabouterkes, ja.I En als je dan je werk niet af kreeg, de was bijvoorbeeld, dan moest je rijstpap buitenzetten. En dan eten ze de rijstpap uit, maar ze doen je was ook. Zo vertelden ze dan, zo van die dingen.33 Zo van dat, ja.I En dan zeiden ze: "Je hebt goede ‘elvermennekes’, maar je hebt ook de kwade. En die zitten ‘dèk’ (= dikwijls) in een put." En als de kinderen te kort bij een put kwamen, zeiden de ouders van: "Nee, niet bij de put komen, want daar zit een manneke in."33 Die trekken je erbinnen.I Zeiden ze dat vroeger ook?33 Ja. Dat heb ik ook horen vertellen. Maar eigenlijk… (= onverstaanbaar -C)
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
Een kleermaker of schoenmaker werd geholpen door de alvermannetjes die 's nachts zijn werk kwamen doen.
Wie de was niet gedaan kreeg, moest wat rijstpap buiten zetten voor de alvermannetjes.
Om te voorkomen dat kinderen in een put vielen, vertelde men hen dat er een alvermannetje in de put zat, dat hen naar beneden kon trekken.
Wie de was niet gedaan kreeg, moest wat rijstpap buiten zetten voor de alvermannetjes.
Om te voorkomen dat kinderen in een put vielen, vertelde men hen dat er een alvermannetje in de put zat, dat hen naar beneden kon trekken.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (groot-riemst)
33B 459
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
