Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

WJACK0117_0118_5566 - De vermeerderde hazen

Een sage (mondeling), 1958

Hoofdtekst

Ver gongen mijten en miene vader zegt tegen mene nonk: 'Thijs, gank klee (klaver) maaien' en do koem enen haas uit. Die sprong altijd voor de maai in en tussen z'n been door en dow (toen) zat er zich op z'n kont. Ja, dat doet enen haas niet. Ja, dow koem er jowes (thuis) zonder klee en dow gong me vader mit (mee) en er wol (wou) maaien en alweer 't eigenste. Dow zegt vader zo: 'Dievelskind, ich houw dech kapot met de maai en dow koemen misschien zestig hazen rond hem uitgesprongen en zij pakken zich bijeen en zonder de krowkar (kruiwagen) jowes.

Onderwerp

SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.    SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.   

Beschrijving

Een man die klaver wilde maaien, werd de hele tijd geplaagd door een haas die hem voor de voeten liep. Daarop sprak de man: "Duivelskind, ik sla je dood!" Het volgende ogenblik kwamen er wel zestig hazen tevoorschijn.

Bron

W. Jackers, Leuven, 1958

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
124
Vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Gellik    Gellik