Hoofdtekst
Ver gongen mijten en miene vader zegt tegen mene nonk: 'Thijs, gank klee (klaver) maaien' en do koem enen haas uit. Die sprong altijd voor de maai in en tussen z'n been door en dow (toen) zat er zich op z'n kont. Ja, dat doet enen haas niet. Ja, dow koem er jowes (thuis) zonder klee en dow gong me vader mit (mee) en er wol (wou) maaien en alweer 't eigenste. Dow zegt vader zo: 'Dievelskind, ich houw dech kapot met de maai en dow koemen misschien zestig hazen rond hem uitgesprongen en zij pakken zich bijeen en zonder de krowkar (kruiwagen) jowes.
Onderwerp
SINSAG 0311 - Weisse Frau ist eine zurückgekehrte Tote.
  
Beschrijving
Een man die klaver wilde maaien, werd de hele tijd geplaagd door een haas die hem voor de voeten liep. Daarop sprak de man: "Duivelskind, ik sla je dood!" Het volgende ogenblik kwamen er wel zestig hazen tevoorschijn.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
124
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Gellik   
