Hoofdtekst
A: Hetgeen dat ‘k nog onthouden heb, Romanie Moraal. Moreel is voorzeker haar naam, maar Moraal zeien ze ertegen. Ze woonde toen, waar woonde zij toen… Als je op de Molenhoek zijt, als je vanachter daar aan die huizen naar Talpes (Kleine Passendalestraat) gaat, was er toen nog een klein wegeltje, langs dat wegeltje, heel stijf inwaarts. Daar woonde er toen ook eentje dat ze zeien: "’t Is een toveres." Maar de mensen waren toen, die oude mensen waren toen lelijk en oud gekleed. Entwasen (ergens) met een sjaal op hun hoofd en lelijk in hun gezicht. En als ze toen dikwijls lelijk keken alzo of dit en dat, naar de jongens of dit en dat, dat ze niet mochten naderen, dat ze benauwd was voor haar pruimen ofr haar peren. En wij waren nogal dikwijls nogal daarachter achter pruimen en achter peren. Dat we op de bomen kropen en dat we een keer schudden voor peren mee te hebben. Dat ze toen lelijk deed en dat de mensen toen zeien: "Ja, ’t is een toveres." Ja, al zo’n bocht… Maar ik, als ik alzo jong was, ik was een meedoend wê. ‘k Was zelfs alzo een spook voor alzo toen, als de mensen in huis waren… We hebben zelfs nog daar, dat ‘k zeg daar, perelaars en pruimelaars né. Wij mochten niet naderen, voor die pruimen. En jongens, natuurlijk graag pruimen eten né. We hadden een keer dat wijveke in huis gesloten, dat toveresje dat we zeien. ’t Kwam buiten en ’t zat achter ons met een stok en een bezem alzo né. En de mensen zeien dat ’t een toveresje was. En wij, ’t ging weer in huis en wij pakten de borstelstaart en we bonden dat aan de klink en die borstel stond van tweeschen (dwars) alzo, ’t kon de deur niet openkrijgen né. En we kropen op de pruimelaar en ik schudde alzo en natuurlijk, we hadden daar goddomme allemaal onze beurzen vol né. En ’t riep: "Ge zult niet lang meer leven anders ge gaat betoverd zijn." Godverdomme, wij waren benauwd né. En we zeien: "Godverdomme, gaan wij betoverd zijn?" En we maakten rechtuit (direct) ons kruis alzo, e wê jongens né, jongens. Ho, ho.X: Deed zij iets speciaals misschien dat ze dat zeien?A: Bah neen. Ze deed niets speciaals, maar ze was ook een beetje gekend alzo omdat dat alzo een lelijk oud wijveke was die daar alleen woonde. En mijn moeder had dat toen geweten dat we daar op die dingen gekropen waren. En mijn moeder, ze had dat ook gehoord en gezeid: "Ja, ge gaat betoverd zijn." En mijn moeder, zij maakte toen ons benauwd dat we gingen betoverd zijn. Dat was toen dikwijls wat, wij begonnen toen te blèten. Gauw aan die oude (leeftijd), een jaar of acht of negen alzo…
Beschrijving
In Beselare woonde vroeger een lelijke oude vrouw die een sjaal rond haar hoofd droeg. De mensen geloofden dat die vrouw een toveres was. Wanneer de vrouw zich kwaad maakte omdat de kinderen aan haar pruimenbomen zaten, waren de mensen er nog sterker van overtuigd dat de vrouw kon toveren. Meestal achtervolgde de vrouw de kinderen met een bezemsteel. Op een dag hadden de kinderen de vrouw opgesloten in haar huis, zodat ze rustig pruimen konden plukken. Toen de vrouw van in haar huis riep: "Jullie zullen niet lang meer leven, want jullie zullen betoverd worden!", maakten de jongens snel een kruisteken om zich tegen de toverij te beschermen.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
west-vlaams (ieper)
9
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Overig in Tekst
Romanie Moreel   
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
