Hoofdtekst
De knecht van de Luys moest gaan mest breien, maar hij wou niet gaan. 'Eer gij vèèrdig zijt om te ploegen, heb ik het gebreid', zei hij tegen de boer. En weet ge hoe hij dat deed? Hij breide enen hoop en dan zei hij: 'Nu allemaal.' En dan was het gedaan, maar aan iederen hoop stond een rood menneke.
Onderwerp
SINSAG 0686 - Die aufgebundenen Bohnensträucher. Durch Zauberformel aufgebunden, so dass der Knecht nach der Kirmes gehen kann.   
Beschrijving
De knecht van boer Luys moest het land gaan bemesten, maar had er geen zin in. De knecht sprak tot de boer: "Nog vóór jij klaar bent om te ploegen, zal het land bemest zijn." De knecht bemestte een klein stukje van het land en zei dan: "Nu allemaal!" Het volgende ogenblik was het veld bemest. Bij elk hoopje mest was een klein rood mannetje verschenen.
Bron
R. Celis, Leuven, 1954
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (bree en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Luys   
Naam Locatie in Tekst
Beek   
