Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MSOHI0219_0220_20290

Een sage (mondeling), 1981-01-3 1981-01-3 (foutieve datum)

Hoofdtekst

X: En spookhistories?20: Spoken?X: Ja.20: Ja ja, er is daarvan veel verteld geworden (onverstaanbaar). En doodkaarsen.X: ja.20: Doodkaarsen.X: Wat was dat?20: Dat was een kaars die ze zagen (onverstaanbaar) of het één of het ander, of er was ergens een farceur die een kaars aangestoken had, zo iets, ja;X: En waarom noemden ze dat doodkaarsen?20: Wat ?X: Waarom noemden ze dat doodkaarsen?20: Wel, doodkaarsen, "het is een doodkaars" zeiden ze en het is daarmee al hé. Ik weet niet wat er daarvan is hé.X: Ah ja.20: Ja, zeker, wacht eens, zeker omdat ze dat alleen zagen zonder iets erbij, dat ze dachten… ja, ik weet het niet .X: Was het buiten dat ze dat zagen misschien? Was het buiten?20: Buiten, ja, dat was buiten, ja, ja, buiten. Het kon ook gebeuren dat … wel, wacht eens, dat je binnen, ’s nachts, ook zo sommige dingen… hoe zou ik het noemen? Voorspellingen of allemaal aardige dingen zo. (onverstaanbaar) de mare hé, de mare.

Beschrijving

Doodkaarsen waren kaarsjes die door grapjassen waren aangestoken.

Bron

M. Sohier, Leuven, 1982

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (poperinge)
20G
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Poperinge    Poperinge