Hoofdtekst
X: En spookhistories?20: Spoken?X: Ja.20: Ja ja, er is daarvan veel verteld geworden (onverstaanbaar). En doodkaarsen.X: ja.20: Doodkaarsen.X: Wat was dat?20: Dat was een kaars die ze zagen (onverstaanbaar) of het één of het ander, of er was ergens een farceur die een kaars aangestoken had, zo iets, ja;X: En waarom noemden ze dat doodkaarsen?20: Wat ?X: Waarom noemden ze dat doodkaarsen?20: Wel, doodkaarsen, "het is een doodkaars" zeiden ze en het is daarmee al hé. Ik weet niet wat er daarvan is hé.X: Ah ja.20: Ja, zeker, wacht eens, zeker omdat ze dat alleen zagen zonder iets erbij, dat ze dachten… ja, ik weet het niet .X: Was het buiten dat ze dat zagen misschien? Was het buiten?20: Buiten, ja, dat was buiten, ja, ja, buiten. Het kon ook gebeuren dat … wel, wacht eens, dat je binnen, ’s nachts, ook zo sommige dingen… hoe zou ik het noemen? Voorspellingen of allemaal aardige dingen zo. (onverstaanbaar) de mare hé, de mare.
Beschrijving
Doodkaarsen waren kaarsjes die door grapjassen waren aangestoken.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (poperinge)
20G
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
