Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0078_0078_17730

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

‘k Heb nog horen vertellen van mijn vader, van ‘nen schoenmaker. En hij ging gaan wandelen in den bos en hij viel in slape en ’t waren kabouters op toer en te binst dat hij bezig was met slapen, ze begosten zilder met rond hem te dansen en ommeddekeer hij ontwekte en hij was lijk kwaad en ze loechen en ze deden en ze zeien: "Ge moet u niet kwaad maken, we hebben eten mee, eet maar mee!" En als ze gedaan hadden met eten, ze hadden wat geld geleid ’n beetje voorder en zegt één van die kabouters: "Zeg, zoudt ge dat geld niet willen oprapen?" En alle keer dat hij naar dat geld snapte, dat versprong. En achter vele keers, hij had ’t toch ‘ne keer vaste, maar zijn hand was verbrand, ’t was zo heet, en hij kwam zo vervaard dat hij zere naar huis ging.

Beschrijving

Een schoenmaker was tijdens een wandeling in het bos in slaap gevallen. Toen de schoenmaker wakker werd, zag hij allemaal kaboutertjes rond zich dansen. "Je moet niet boos zijn", spraken de kaboutertjes, "we hebben eten bij. Eet maar mee!" Na het eten wezen de kaboutertjes naar een geldstuk dat wat verderop lag en zeiden: "Wil je dat geld daar niet oprapen?" Telkens wanneer de schoenmaker zijn hand uitstak naar het muntstuk, sprong het weg. Toen de schoenmaker het geld eindelijk te pakken kreeg, verbrandde hij zijn handen eraan.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

1.2 Aardgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
11
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Tiegem    Tiegem