Hoofdtekst
Amelietje Muisont... Ze snoof en ze zeiden dat het een toveres was. Zij was altijd zwart. Maar er was niemand die het geloofde en iedereen was er schau van. Ze was vuil. Maar ze bad en ging gaan bedevaarten voor diegene die moesten gaan loten. En ze kon ze eruit helpen, dat ze een goed nummer trokken. Diegene die een slecht nummer trok, moest soldaat worden. Dat was voor drie, vier jaar lang en dat was lang.Mijn oom zou graag soldaat geweest zijn, maar zijn moeder had het niet graag. Zij had maar die zoon en het was boerderij en ze kon hem thuis gebruiken. En ze had Amelietje aangesproken en Melietje zei: „Hij wil niet mee, hij werkt tegen". En dan zei ze: „Hij zal eruit zijn, maar ’t zalmaar arets zijn (op het nippertje) dat hij eruit zal zijn". En 't was zo. En ze zei altijd dat ze Messant heette en niet Muisont, maar ’t was Muisont.D’Haeze, Sint-Denijs-Boekel, pg. 239 nr. 107 O.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In Sint-Denijs-Boekel woonde een vrouw over wie men vertelde dat ze een toveres was. Die vrouw was altijd vuil. Ze zegde gebeden en ging op bedevaart voor de jongens die voor het leger moesten gaan loten. Zij kon er ook voor zorgen dat de jongens niet naar het leger moesten.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
107O
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Denijs-Boekel   
Plaats van Handelen
Sint-Denijs-Boekel   
