Hoofdtekst
Ze moest het goed terugdragen.’t Geen da’k nu gaan vertellen is bij mijn familie gebeurd. Op ne kiër zag iën van de meskes boven op de kamer wa da ze sliepen een gruëte biëst luëpen.Van da neffes huërden z’op de muur altijd ma kloppen, ze gingen zien bij die mensen, maar die mensen die deen niets. Heulen iën dochter da was een kleermakes en die werd in heur bed altijd maar omhuëg geroeid [gegooid], zo dat z’er op den duur de paters gingen bij halen, en mijn broers die gingen ’s nachts in dat huis waken.De paters die gingen dat huis rond en die lazen dat af, ’t zwiët liep van hun gezicht. Ma da meske, die kleermakes was die had goed voor een kliëd van een a vra, de paters die da vonden zein: “Ge moogt da kliëd nie maken, ge moet da goed terugdragen.” Da meske hêt da gedaan en van toen af was alles gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
In een huis zagen de dochters in hun slaapkamer een groot beest lopen. Ze hoorden ook altijd op de deur kloppen. Eén van de dochters, die kleermaakster was, werd in haar bed altijd omhoog gegooid. Uiteindelijk liet men dan ook de paters komen. De paters gingen rond in het huis en overlazen het, terwijl de zweetdruppels van hun gezicht rolden. De dochter die kleermaakster was, had stof voor een jurk die ze voor een oude vrouw moest maken. Een pater vond die stof en sprak tot het meisje: “Je moet die stof terugbrengen naar de vrouw voor wie het kleed is”. Nadat het meisje dat had gedaan, werd alles weer normaal in het huis.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
185
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Baasrode   
