Hoofdtekst
Ja, de vrijmetselaars! ‘k heb daar ook nog vele van horen vertellen: ze vergaderden zilder in ’n grote zale. En ze dragen zilder lijk ’n klein schortje, lijk van de metselaars hé, en al ’t alaam (gereedschap) van ’n metser in ’t kleine hé. En ze dragen rond ulder’ne nekke ‘ne sleutel, lijk dat wilder ’n kruiske dragen hé, van zilder ‘ne sleutel.Jamaar, dat is echt zulle! En den duivel is daar echt present, hij zit daar op ‘nen troon: ’n zwarte gedaante, zeggen ze. En ze krijgen toen ’n bewijs, allé, lijk ’n certificaat en dat in vergulde letters. Ja, ze vergaderen zilder in ’n grote zale waar dat er geen veisters zijn en den duivel leest hij daar ulder wetten en geboden voren. En hij zit hem in de zetel. En als hij gedaan heeft met te spreken of uitleg te geven, ze drinken en ze schinken toen totdat ze al zat liggen. Allé, ’t is toen ’n echte braspartie.
Beschrijving
Vrijmetselaars vergaderden in een grote zaal waar geen ramen waren. Ze droegen dan een klein metselaarsschortje en hadden ook al het gereedschap van metselaars, maar dan in het klein. In plaats van een kruisje droegen de vrijmetselaars een sleutel om hun hals. De duivel verscheen als een zwarte gedaante, die de wetten en de geboden van de vrijmetselaars voorlas. Daarna ontvingen de vrijmetselaars allemaal een certificaat met vergulde letters. Daarop volgde een braspartij waarbij iedereen dronken werd.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
604
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
