Hoofdtekst
Hier aan ’t kasteel van Anzegem, aan de st[e]reeke, heeft het veel gespookt in den tijd. ‘k Weet het niet zulle, maar de mensen van al die kanten zeggen het toch.En ’t durfde niemand meer in dien bos gaan, want ’t liepen daar alle nachten katten, honden en zelfs zwijnen. En ze liepen zilder daar allemale weg en were. En ’t waren der voorzeker wel hondend t’hope. En dat was altijd ’t zelfste, tot dat ze daar ’n kapelleke gezet hebben. En met die kapelle daar te zetten, is-t-ter niet meer gebeurd. En die kapelle was nog maar zuuste gezet of ’t heeft hem daar een opgehangen, ‘ne vent die zijn wijf doodgesmeten had, een van al den boskant - één die ge nooit gekend hebt- en hij had vijf jaar bak - veel te letter hé. En die kapelle stond daar nog niet heel, of hij hing hem op.En de mensen zeggen dat ’t misschien wel hem was die al dat kwaad deed ontstaan.é
Onderwerp
SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   
Beschrijving
Bij het kasteel van Anzegem spookte het vroeger veel. Niemand durfde nog in dat bos te komen omdat er iedere nacht katten, honden en zelfs varkens heen en weer liepen. Nadat men daar een kapelletje had gebouwd, verschenen er geen dieren meer in het bos. Kort nadat het kapelletje er was gezet, heeft een man die zijn vrouw had gedood, zich daar opgehangen. Die man heeft een gevangenisstraf van vijf jaar gekregen. De mensen geloofden dat het misschien wel die man was, die voor al dat kwaad had gezorgd.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
158
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Anzegem (kasteel van)   
kasteel van Anzegem   
Naam Locatie in Tekst
Anzegem   
Plaats van Handelen
Anzegem   
