Hoofdtekst
Melanie do he, de moeder van da vremmes do da was een heks. En do was een koei en die had een beet of nen appel ingeslokke en ze krege dat do nemieje uit en zelfs de peerdenmeester nog nie en toen kwam da vremmes en die zei "wa hedde gij toch mijn koeike?" en ze streelde da beest en ’t was gedaan.
Beschrijving
Een koe die een stuk van een appel had ingeslikt, kon niet door de veearts geholpen worden. De heks Melanie streelde de koe over de kop en zei: "Wat heb jij toch, mijn koetje?" Het probleem was onmiddellijk opgelost.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
419
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Melanie   
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
