Hoofdtekst
Een dwaallicht dat noemden ze vroeger een ongedoopt kind. Da zaagde gij ’s avonds in de bos eh. ‘k Was er bang van. As ge het te goei bezaagt was ’t weg. ‘k Hem ’t dikkes gezegd. As ik da aan mijn vrouw zee dan beefde ze zo groot as ze was.
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
Beschrijving
Dwaallichten waren de zielen van ongedoopte kinderen die 's avonds in de bossen rondzweefden.
Bron
M. Vankerkhoven, Leuven, 1964
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (grensgebied kempen-hageland)
70
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tessenderlo   
