Hoofdtekst
Hier woor ene schoolmeester. Die had ene bange jong. 'Da's niks', zei de koster, 'doe hem tegenavond de beeklok maar trekken komen.' En toen gong de jongen, die woor de beeklok aan 't trekken en tam, tam, tam. Do vielen in ene keer negen bèèn (beenderen) en enen doodskop af. En die zetten zich recht in e kegelspel en toen begos de kop te kegelen en de joste (eerste) keer vier kegelen om en toen gong de tweede slag af en toen zei de jong: 'Geen vijf voor een stuk.'
Onderwerp
SINSAG 0477 - Begegnung mit Geistern.   
Beschrijving
Een schoolmeester vertelde aan de koster dat zijn zoon toch zo'n bang kind was. "Dat is niet erg", zei de koster, "laat hem vanavond de klokken maar komen luiden". Toen de jongen die avond de klokken luidde, vielen er plots negen beenderen en een schedel op de grond. Als in een kegelspel begon de schedel te rollen en gooide vier beenderen omver. Toen de schedel voor de tweede maal begon te rollen, sprak de jongen: "Ik wed voor een muntstuk dat er geen vijf kegels zullen omvallen".
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (bilzen)
270
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rosmeer   
