Hoofdtekst
O(n)s mem (= moeder) had zes stukken van vijf frank - vroeger was dat veel - in e kelder in e koet (= gat) gestoken. Eens was ze haar zes stukken kwijt. Toen zei h're man: 'ich moet weten wie dat gewees(t) is.' Hij ging met noa Luik noa ene waarzegger, mè dat was ene goeie, ze! zonder dat ze al met hem gekald (= gesproken) hadden, zei die: - 'zijt zje oer (= uw) geld kwijt?' - 'Ja, zes stukken van vijf frank.' - 'En die had zje doa gestoken?!' zo zei die dat allemaal zjus. - 'Ja' - 'Die kunt zje nie terugkrijgen, en he zei gene naam, mè hij zei: 'die dat gedaan he(ef)t, komt t' avond eer het tien uren is, tussen negen en tien uren.' En die kwam ook, en dat was ene jong(en) van de geburen - die woonde in dezelefde mesthof - Die was het gewees(t), mè hij had het al opgemaak(t).
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een vrouw had in een gat in de kelder zes stukken van vijf frank verborgen. Toen het geld op een dag was verdwenen, ging de vrouw samen met haar echtgenoot naar een waarzegger in Luik. De waarzegger wist al wat er was gebeurd zonder dat men het hem moest vertellen. Hij sprak tot het echtpaar: "Die zes muntstukken kunnen jullie niet meer terugkrijgen. De dief zal vanavond tussen negen en tien uur bij jullie langskomen". Zo gebeurde het ook. Een buurjongen had het geld gestolen. Hij had alles al uitgegeven.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (tongeren en omstreken)
R92
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
Plaats van Handelen
Luik   
