Hoofdtekst
dô was ene joenge dee ne kie e lichske zag ; en hem volgden het ; en hem vond zene weg niemie ; en het lichske leiden hem altêd mo veder en vedder; en ’s merges as het kleer was, verdwein het lichske; en dan kon hem zene weg trugvinne.
Beschrijving
Een jongen die een lichtje was gevolgd, raakte verdwaald omdat het lichtje hem altijd maar verder en verder leidde. 's Ochtends toen het licht werd, kon de jongen de weg terugvinden.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (sint-truiden)
35
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vorsen   
