Hoofdtekst
Nonkel Florent, als ’n kapelaan was in Menen, - in de maaltijd van mijn peter, me klapten daar van ene - ’t kwam thusend een, zei nonkel Florent en ’t was een vrouwmens die ossan bij d’autaar (altaar) droei en z’hebben juktepoeder (jeukpoeder) gesmeten en z’hebben vantselfs weggegaan.
Beschrijving
Een kapelaan vertelde dat er bij het altaar altijd een vreemde vrouw kwam staan. Toen men op die plaats jeukpoeer had gestrooid, is die vrouw vanzelf weggegaan.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
262
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
