Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TBERG0014_0015_21839

Een sage (mondeling), donderdag 29 augustus 2002

Hoofdtekst

3D Maar aan de ene kant had ik dus een grootvader die dus zelf mensen kon helpen, en aan de andere kant had ik een grootvader die als de dood was voor spoken en heksen, dus voor die hand. Die had daar een enorme grote schrik van, die grootvader. Die heeft dus dan… Hij heeft dat nooit verteld, nochtans ik heb hem goed gekend, de mens is 96 jaar oud geworden. Dus die is geboren in de jaren 1880 langs daar. Die hadden negen kinderen, waarvan er zes blijven leven zijn. Mijn papa was mee van de jongste, papa die was van 1908. Dus 80, 1820 ten laatste, dus dat is een heel tijdje geleden. Dus je moet je Langdorp voorstellen toen, je moet je de Dorenberg voorstellen. Er stonden niet veel huizen, zelfs langs de steenweg van Langdorp, de grote steenweg. Dus hoeveel huizen dat weet ik niet, de meester woonde daar, enfin, daar stonden enkele huizen. De Heimolen, die staat er al lang, het molenhuis ook. Het is intussen wel vernieuwd, en welke molenaar dat er in woonde, dat weet ik niet, maar dat was een hele sterke mens. Die kon dus met zijn klak (pet) vanaf de molen zijn eigen huisdeur opengooien. Die kon dat, bevestigd door mijn grootvader. Mijn grootvader, ikzelf ben er achtenzestig, dus dat is niet van gisteren, die heeft dat gezien dat die dat kon. En die eigenste meneer die daar woonde, die kon ook zijn eigen laten vastbinden aan een boom met touw dat zijn maten bij hadden en die kwam effectief als laatste mee de café binnen. Die bezat krachten, waar haalde hij die krachten? Wel op een mooie dag, nacht beter gezegd, kwamen ze terug van de kermis met een hoop gasten, waaronder die man van de molen, die daar woonde in het molenhuis. Ze kwamen terug van de kermis. En die holle wegen, het waren maar holle pijpen, en daar stond een gast, helemaal in ’t zwart gekleed en het was dan al donker. En een chique tip, schoon in ’t zwart gekleed, chique in ’t zwart gekleed. En de sterke man in kwestie, die zei tegen, die vertelde aan zijn maten. "Kijk" zei hij, "zie je die daar staan ginder? Lopen jullie maar door, ik heb, ik moet daar wat tegen zeggen." En ja, zijn maten die vroegen niet beter als maar gauw door te lopen. Als dat daar voor je ogen in het donker staat, kan je je voorstellen. En de sterke gast is blijven staan. En die kwam dus voor de andere zijn ziel, daar ging het om. Die sterke man van de molen had nooit gezegd dat hij zijn ziel verkocht had aan de duivel. En nu was de moment gekomen van het zieltje, die moest sterven. Maar toen kreeg die sterke gast schrik. Die wou zijn ziel niet afgeven. Daar is dus gevochten geweest in het bos. Zijn maten, zijn vrienden, die hebben lawaai gehoord, dus. Geroep, gebrul, getier en gehuil. En hoe harder dat die gast riep, hoe harder dat de vriendjes liepen. Die hadden helemaal geen goesting (zin) om hun maat gaan te helpen. Hij had ook gezegd: "Kom niet terug, wat je ook hoort, loop door." En ja, de sterke man is dus niet gestorven. Hij was wel helemaal toegetakeld en verhakkeld, maar nooit heeft hij nog kunnen de sterke gast uithangen. Het kwam er dus wel degelijk op neer, die sterke man die deed niemand kwaad. Hij had zijn zieltje aan de duivel verkocht om de grote Jan te kunnen uithangen, om de sterke te kunnen uithangen, ja om de blaaskop te kunnen uithangen. Die heeft niemand behekst, beduveld. Maar werkelijk het woord duivel, dat woord mocht je maar best niet gebruiken. Dus dat was, ja, de zwarte kracht. Ja, dat was de zwarte kracht.x Dat is dan eigenlijk al in 1800 of zo gebeurd? 3D Dat zou zijn ja, eind 1800, begin 1900. Maar liever denk ik eind 1800, eind 1800, ja. Dus ja da ’s lang geleden, ja da ’s lang geleden. Het is in de tijd van mijn grootvader allemaal gebeurd. Zogezegd gebeurd, want ik hou dat goed in ’t midden.

Onderwerp

SINSAG 0672 - Zauberer geht durchs Schlüsselloch (geschlossene Türen); Türen öffnen sich, wenn er seine Mütze dagegen wirft.    SINSAG 0672 - Zauberer geht durchs Schlüsselloch (geschlossene Türen); Türen öffnen sich, wenn er seine Mütze dagegen wirft.   

Beschrijving

De molenaar die op de Heimolen in Langdorp woonde, kon met zijn pet van bij de molen zijn huisdeur opengooien. Op een nacht kwam de molenaar samen met enkele vrienden terug van de kermis. Langs de weg stond een heer die deftige zwarte kleren droeg. De molenaar sprak tot zijn vrienden: "Gaan jullie maar voort. Ik moet even met die heer praten. Wat jullie ook horen, loop gewoon door". De molenaar had namelijk nooit verteld dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht. Even later hoorden de vrienden geroep en getier in het bos. Het was de duivel die de ziel van de molenaar opeiste. De molenaar overleefde het gevecht, maar hij was zwaar toegetakeld.

Bron

T. Bergen, Leuven, 2003

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
vlaams-brabants (groot-aarschot)
3D
einde van de negentiende eeuw
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Heimolen (Langdorp)    Heimolen (Langdorp)   

Naam Locatie in Tekst

Langdorp    Langdorp   

Plaats van Handelen

Langdorp    Langdorp   

Heimolen (Langdorp)    Heimolen (Langdorp)