Hoofdtekst
Beschrijving
Op een boerderij waar veel alvermannetjes woonden, ergerde een meid zich aan het feit dat één van de alvermannetjes verliefd op haar was. De meid ging naar de pastoor, die tot haar sprak: "Je moet op de mesthoop gaan zitten met een boterham in je hand en dan moet je doen alsof je daar je behoefte doet". De meid volgde de raad van de pastoor op en ging met een boterham en een kop koffie op de mesthoop zitten. Toen het alvermannetje dat zag, zei het: "Vuile Griet, ze eet en ze drinkt, wen ze schiet". 'Wenn' is natuurlijk Duits. De alvermannetjes waren dan ook vreemden.
Bron
A. Roeck, Leuven, 1950
Commentaar
1.2 Aardgeesten
brabants (hageland)
16
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lubbeek   
