Hoofdtekst
In de Kijkuit… en mijn vaders vadre leefdige nog. En onze (als ze) daar kwamen komt er nen hond bij een keten aan en den dienen kwam in huis en hij lei hem onder tafle… en ze waren d’er schuw van zè. En niemand die d’er doste naar toe gaan. Maar hij en deed geen kwaad. Da was nen waterduvle. En hij wandeldige achter de vaart ook en hij kwamt jij in huis en legdige hem onder tafle.
Beschrijving
In de Kijkuit (?) vertoefde een hond met een ketting, die altijd langs de vaart liep en in de huizen onder de tafel ging liggen. Hoewel die waterduivel niemand kwaad deed, waren de mensen bang voor hem.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
112
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kijkuit (Beernem?)   
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
