Hoofdtekst
Beschrijving
Enkele mannen waren op een winternacht in de sneeuw in het Kapitale Bos gaan stropen. De mannen raakten verdwaald en geloofden dat ze betoverd waren. Eén van de stropers was een pendelaar. Hij draaide zijn broekzakken rond en zegde een gebed. Enkele seconden later konden de mannen zich weer oriënteren.
Bron
V. Michiels-Lecock, Leuven, 1973
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (tienen)
1g
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Outgaarden   
Plaats van Handelen
Kapitale Bos   
