Hoofdtekst
Min vaders moeder had e schone geite staan, die olle dagen heur beetje melk gaf, maar up ne schone dag hèd er daar een wuf up gewrocht, en die geite kwam ziek, en ze gaf geen melk niet meer, en achter enigte dagen kreveerde ze, en de ziekte sloeg over up min vaders moeder, en ton hèd ze naar de paters geweest, en ze mosten een medalje hangen boven de deure, om ’t kwaade tegen te gaan, en z’hèd genezen en ’t kwaad hèd nooit niet meer vermeugd tegen heur.
Beschrijving
Een vrouw had een mooie geit die iedere dag wat melk gaf. Toen op zekere dag een vrouw op bezoek was geweest, werd de geit ziek en gaf ze geen melk meer. De geit stierf. Omdat de vrouw zelf ook besmet was geraakt met de ziekte, ging ze te rade bij de paters. Die geestelijken gaven haar de raad om een medaille boven de deur te hangen. toen de vrouw dat had gedaan, kon het kwaad niet meer binnen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
276
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hollebeke   
