Hoofdtekst
’t Was daar ’n busselke vul bomen, en nog veel watere in. Moedere, vadere en ik gingen naar huis up nen avend, en ol mee ne keer, os m’an da busselke kwamen, me ’n kosten nie meer voort. Me ’n kosten gene weg. Moeder zei: "Sta stille, ‘k wete wuk (wat)." Me gingen ol den anderen kant, en me kosten were weg.
Beschrijving
Een jongen wandelde op een avond samen met zijn ouders naar huis. Toen het drietal bij een bosje kwam, konden ze niet meer voort. Zodra men naar de andere kant liep, was er geen probleem meer.
Bron
G. Speecke, Leuven, 1959
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (menen en omstreken)
166
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Dadizele   
