Hoofdtekst
6 Ja, dat ook, dat ook. Dat had te maken met de ..., men koppelde dat aan grote stormen die er geweest zijn in het verleden, aan de idee van Scarphout zou bestaan hebben in zee als een haven, een vooruitgeschoven haventje, zo, in de tijd heel heel oud al, in de tijd van de Romeinen zou dat al misschien kunnen een haven geweest zijn, een haventje, of een plaats, een inham waar men kon landen met boten. En op een gegeven dag, een hele grote storm, in de veertiende eeuw, begin veertiende eeuw moet dat geheel verzwolgen geweest zijn. Er stond daar een kapel alleszins.I Ja.6 Dat was geen echte stad, Scarphout, ‘t moet eerder een wijk geweest zijn, een kapel met enkele huizen errond en landen, een landingsplaats moet dat geweest zijn. En op een gegeven moment moet dat helemaal verzwolgen zijn, dus dat was geheel weggespoeld.I Ja.6 En dan hebben ze meer landinwaarts hun kerk, dus de kleine kerk [= Sint-Antoniuskerk], gebouwd.I Ja.6 En ‘t verhaal gaat, dat [als] ze ‘s nachts vangen, dat ze soms stenen of dat ze touwen opvissen voor de kust van Blankenberge, ook voor de kust van Wenduine. En dat ze ‘s nachts horen een orgel spelen, soms.I Ja.6 Enne, een orgel spelen, en lijkreden, ‘Dies ille’ zingen - die vissers konden vroeger veelal Latijn zingen ook, hé, en ze zongen dan: (zingt) ‘Dies ille, dies illa, ...’ Dus, begrafenisritueel, en als ze daar waren, hoorden ze dat, enne, da’s raar en dat geloofden zij ook, misschien maar half en half, maar ze waren er toch niet helemaal gerust in.I Jaja. De mensen waren ook wel lichtgelovig ook, hé.6 Ja, maar ja, ‘t was ook ja, ik vaar nog al, ik heb nog altijd een bootje, en als het zo rustig is op zee, bijvoorbeeld hé, ‘k heb nogal dikwijls gehad, er is dikke mist en je luistert en je hoort van overal zo klanken.I Jaja.6 ‘t Is niet te geloven, je ligt stilletjes en voor zover dat je weet, ligt er niemand naast je, en je hoort net spreken daar, en je hoort net spreken daar, en je hoort precies geluiden van daar, en ‘k denk dat dat is door de mist zo, dat dat zo precies een [onverstaanbaar] en dat je zo wel geluiden waarneemt.I Jaja.6 ‘k Denk dat je dat niet, niet noodzakelijk mag zien [alsof] die mensen liegen of zo, ze gaan waarschijnlijk wel iets gehoord hebben.I Jaja, ‘t zou kunnen.6 En ‘k kan mij voorstellen, als je ‘s nachts, pak[weg] in de vooravond of ‘s morgensvroeg op zee bent, en ‘t is rustig en je ligt voor Blankenberge, of voor Oostende, ‘t kan zijn dat dat dertien mijl is, dertien, veertien mijl, en dat daar een klok luidt zo, misschien hoor je dat wel.I Jaja.6 ‘k Zou niet durven zeggen dat ze ..., maar er was alleszins de idee dat er [onverstaanbaar], en dat er dus geluiden van op zee kwamen.I Ja.6 Da’s niks om gerust in te zijn, hé.I Ja (lacht), nee, da’s juist, als je zo de hele tijd op zee bent en je hoort een orgel.6 Jaja.
Beschrijving
In het begin van de veertiende eeuw zou de wijk Scarphout tijdens een zware storm door de zee zijn verzwolgen. Vóór de kust van Wenduine of Blankenberge vinden de vissers soms stenen van Scarphout in hun netten. Ze horen er 's nachts ook orgelmuziek en begrafenisliederen.
Die waarnemingen waren wellicht allemaal toe te schrijven aan inbeelding.
Die waarnemingen waren wellicht allemaal toe te schrijven aan inbeelding.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (blankenberge)
6E
Begin van de veertiende eeuw
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
Plaats van Handelen
Blankenberge   
Wenduine   
Scarphout   
