Hoofdtekst
Dat was in de maand september, bij nen boer, en ze moesten mest openbreien voor achternaar op te zaaien. En ’t er was daar nen “Dosjke skièper” en die mannen kosten ook van alles hé – voor ’t mest open te breien. En z’hadden een fles geneuvel (genever) opg’haald en hem een glas gegeven. En ’s avonds en was dat nog niet gedaan, z’hadden gedronken. En voor dat den boer ging slapen willegen hij dat dat gedaan was. “Wel, zei de skièper, ik ’t mijne en d’andere d’hunne”. En als ze aangingen was er al een heel dagwand opengebreid.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Op een boerderij moest men het veld bemesten om daarna te kunnen zaaien. Men had echter de hele dag jenever gedronken, waardoor het werk niet klaar was. Vóór de boer ging slapen, zei de Duitse schaper die daar werkte: “Ik de mijne en de andere de hunne”. Het volgende ogenblik was er al een dagwand bemest.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (denderstreek)
596
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lievens-Esse   
