Hoofdtekst
46 E -En vroeger zeiden ze als er een tegen u klapte en hij smeet zo met zijn hand op zijn (Informante versprak zich, zij bedoelt “uw”) rug, was dat ook het kwaad dat hij u gaf en gij moest direct met uw hand weerkloppen, daarmee waart ge uw kwaad kwijt.I -Ah ja.46 -Kunt ge volgen?II -Op een ander thuns (dan)?46 -Nee, nee, op hemzelf hé.47 -Nee, nee op hemzelf weer.46 -En ze sloegen op u hé en thuns (dan) zette hij het kwaad op u, dat was een die het kwaad in hem ôt (had) en gij moest direct zo weerdoen en hij ôt (had) zijn kwaad weer.II -Ge kunt zo blijven kloppen! (Lacht, ook de informanten lachen)46 -Dat zeiden ze. (Iedereen praat even door elkaar) Ja, gij wist dat het het kwaad was, gij ging voort hé. Ah ja, als gij weet hij doet dat, hij gaat mij het kwaad zetten, ge klopt weer en ge gaat voort hé.I -Hilda De Boe (Inf.3) heeft dat ook verteld, maar zij zei: “Als er een heks op u klopt, ...”, d’er ôt (had) een heks op haar geslegen en dan moest ge hoger slaan op hun kop, als zij op uw schouder sloegen, moest gij hoger slaan.46 -Ah ja, dat kan nu juist zijn, dat kan nu zijn. 47 -Dat kan wel zijn hé, dat kan wel zijn hé.46 -Ik heb altijd gehoord dat ge moet weerkloppen.47 -Dat zijn af, ge zijt al redelijk goed op de hoogte.46 -Ja, ja.II -Ik zou lager kloppen, ik denk dat het daar meer effect zou hebben.
Beschrijving
Als men vroeger door iemand op de rug werd getikt, moest men die persoon onmiddellijk terugslaan, om het kwaad zogezegd terug te geven.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
46E
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zottegem   
