Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

COOMS0225_0225_8525 - Variant

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

Langs de Diestse beek lag e lang boerenhuis. Da was de Vurtense meulen. Dao zên dieven binnengevallen. Ze hêmmen de mulderin vastgebonden. Ze herkende iên van de dieven en zee: "Wa wilde mich toch zoê transineren (plagen), ich die oech zoêveul goed hêm gedön." Toen hêmmen ze heur opgehangen aan ’t meulenraad en ’t hiêl huisaven hêmmen ze ötgeroeid. Wat er mee de mulder gebeurd is da weet ich niê zjust ne miê, ich geloêf dat diên loêpen gegön is.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

De eigenaars van de Vurtense molen langs de Diestse beek werden het slachtoffer van een overval. Toen de vrouw van de molenaar werd vastgebonden, herkende ze één van de dieven en riep: "Waarom wil je mij toch zo plagen nadat ik zoveel goeds voor jou heb gedaan!" Daarop werd de vrouw opgehangen aan het molenrad.

Bron

C. Ooms, Leuven, 1968

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (beringen en omstreken)
544
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Vurtense molen    Vurtense molen   

Diestse beek    Diestse beek   

Naam Locatie in Tekst

Koersel    Koersel   

Plaats van Handelen

Diestse beek    Diestse beek