Hoofdtekst
"A zo naar, aai je me maar". In Oorderen daar kwaam ook altijd e katteken op de werf, e klein katteke: da was een toverheks, ei! En den boer aai dikwijls op de loer gelegen. " ''k Gaan toch is zien," zegt ie, "of da'k ze nie kan kapot slagen mee een bijl.""Ai, zo naar, aai je me maar", zei ze en ze was vertrokken.
Onderwerp
SINSAG 0603 - Andere Begegnungen mit sprechenden Katzen.
  
Beschrijving
In Oorderen kwam altijd een klein katje dat in werkelijkheid een toverheks was. Toen de boer de kat wilde slaan met een bijl, zei de kat: "Ai, zo naar, aai je me maar" en liep vervolgens weg.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
265
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Lillo   
Plaats van Handelen
Oorderen   
