Hoofdtekst
’t Was hier ‘ne grote ferme vent en hij was van nieten vervaard en zegt ie: "Kijk, dat peerd hier, ‘k ga dat Jeanne heten, en", zegt ie, "we gaan ‘ne keer zien wat dat Lange Jeanne kan doen!"En ’s morgens, hij gaat hij in de stal om zijn peerden te garelen. Hij pakt die peerden uit. Hij brengt ze op d’hofrstêe en zegt ie: "’k Ga Jeanne wat kunsten leren!" en hij springt er op. Maar dat peerd begoste te spreken: "Ge weet gij zekers niet wat dat Lange Jeanne in heeft?" En dat peerd kwam heel onstuimig en ’t smeet hem eraf in den aalput. En hij is-t-er in verdronken!
Beschrijving
In Kaster woonde een grote sterke man die nergens bang voor was. Op een dag besloot de man één van zijn paarden 'Jeanne' te noemen. "We zullen eens zien waartoe Lange Jeanne in staat is", had de man schertsend gesproken. De volgende dag haalde de man zijn paarden uit de stal en trok de dieren een gareel aan. De sprak: "Ik zal Jeanne eens enkele kunstjes leren" en hij sprong op het paard. Daarop antwoordde het dier: "Jij weet zeker niet wat Lange Jeanne in haar mars heeft!" en het gooide de man in de aalput, waarin hij verdronk.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
74
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Lange Jeanne   
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
Plaats van Handelen
Kaster   
