Hoofdtekst
“Liëg gerokt”De meeschken waren tein allemaal – als ze dan klapten van een toëveres- liëg gerokt: diene rok hangt beneden. Maar als ze nu wat oud waren en tein was die kledij nie gelijk als nu. En als die meeschen dan krom of anders gingen, zeiden ze: “Dat is heel zekers een toëveres of ne toëvereer.” Ne man ook. Ma da zijn geen toëveres of toëvereer. Ma da was omdat ze ouderwets gekleed waren en omdat ze zo uit de voeten niet meer kosten [niet meer goed zelfstandig kunnen functioneren]. Ma dat is allemaal onnozelheid, fantasie. Gelijk dat er in ons geburen ook een toëveres was: da meesch was gelijk as wewijr. Ze was zij oud gekledj. En da werd minder verzorgd tegenover nu.
Beschrijving
Mensen die met een gebogen rug liepen en lange kleren droegen, werden er vaak van verdacht toveressen te zijn.
Bron
F. Van Impe, Leuven, 2002
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (aalst en omgeving)
28
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aalst   

