Hoofdtekst
En da gelied werren, da was iet in den tijd!Onzen nonkel ter zaliger, ie was hij ’s navends in de koutere en g’hoordet gij hem leven houên en roepen:“Toe, Marie, komt om mij, ‘k lope verdoold! Toe, Marie, komt om mij!” En da was donker were en ‘k paktege kik de lanteerne en ‘k ging. Maar ‘k moeste g’heel de kouter dourzoeken. G’hoordet gij hem roepen, ge zoudt gij gezeid hên, hij es ’t hij hier nou en twee minuten daarachter, ie was ’t hij een half ure verder.En ie wierd hij azo van den enen kant naar den anderen kant getjold.Dat heeft al een sport geweest van da geleid te zijn!Z’en zagen niet en ze wieren azo uit ouder bane gesmeten.
Beschrijving
Een man die op een avond verdwaald was geraakt, riep naar zijn vrouw: "Kom me halen alstublieft, ik ben verdwaald!" De vrouw nam de lantaarn en ging naar de plaats vanwaar het geroep kwam. Toen de vrouw daar was, bleek de man alweer een heel eind verder te zijn gelopen.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (zuiden)
10
Oom van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Berchem   
