Hoofdtekst
dô is zoe wel ne pastoeur geweest die hekse kon doen verschêne; dô was een famile wô alleman de kôjând hâ; en hem dui nen iemer wotter scheppe; en dô leit hem het gezicht van d’heks in zien.
Beschrijving
Een pastoor die op bezoek was bij mensen die geraakt waren door de kwade hand, liet het gezicht van de heks in een emmer water verschijnen.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (sint-truiden)
600
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Niel   
