Hoofdtekst
’t Was hier ’n vrouwmens van ’t gebuurte en ze was naar de plaatse geweest achter winkelware. En ze had heur ’n letje beziggehouden op de plaatse en ’t was al donker als ze were naar huis kwam.En ommeddekeer op den berg, ’t kwam ‘ne werkwulf uit ’t bos gesprongen. En zij natuurlijk wreed vervaard! Maar ze had nog horen zeggen dat ge iets moeste wegsmijten, dat ge ze werk moeste geven. En ze smeet zij beetje met beetje heur winkelware weg. En als ze thuiskwam – ze had twee kilo cikorei mee – en als ze thuiskwam ze had geen meer! Maar ’t had toch geholpen, ze had niet aangevallen geweest!
Beschrijving
Een vrouw die naar de winkel was geweest, werd op de terugweg achtervolgd door een weerwolf. De vrouw herinnerde zich dat men in zo'n geval iets moest weggooien om zichzelf te beschermen. Daarom gooide de vrouw al haar cichorei op de grond. Toen ze thuiskwam, had ze niets meer bij zich, maar de weerwolf had haar geen kwaad gedaan.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
west-vlaams (tussen schelde en leie)
561
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tiegem   
