Hoofdtekst
Dat was een meiske en haar moeder bedichte (betichtte) dat ze zwanger was.“Mijn moeder gaf mij enen appel zoeteDaarvan zwollen mijn handen en mijn voeten.Wel moeder, mijn lieve moeder van mij’t En is voorwaar geen klein kindje bij mij.’t Zijn allemaal padden en slangenVan de eerste snee dan ze snedenDaar kwamen 7 padden medeDaarna nog 7 slangenDat lag op haar jong herte bevangen.”
Onderwerp
SINSAG 0587 - Hexe zaubert Tier (Kröte, Hermelin) in den Leib eines Menschen.
  
Beschrijving
Een meisje dat er door haar moeder was van beschuldigd zwanger te zijn, zei:
“Mijn moeder gaf mij een appel zoete
Daardoor zwollen mijn handen en mijn voeten
Wel moeder mijn lieve moeder van mij
Er is voorwaar geen klein kindje bij mij
Het zijn allemaal padden en slangen
Van de eerste snee dat ze sneden
Daar kwamen zeven padden mede
Daarna nog zeven slangen
Dat lag op haar jonge hart bevangen”.
“Mijn moeder gaf mij een appel zoete
Daardoor zwollen mijn handen en mijn voeten
Wel moeder mijn lieve moeder van mij
Er is voorwaar geen klein kindje bij mij
Het zijn allemaal padden en slangen
Van de eerste snee dat ze sneden
Daar kwamen zeven padden mede
Daarna nog zeven slangen
Dat lag op haar jonge hart bevangen”.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
239
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Etikhove   
