Hoofdtekst
Wij hebben een veulen g’had dat altlijd nat van ’t zweet liep en ’t en had nooit niet gezogen. En de pater kwam en hij zei: “Ze zal op den hof komen.” Maar ’t er zat nep aasnagel onder de deure en daarmee en kost ze er niet over, maar ze was toch wel al alachter binnengeraakt! En ’t was toen nog een vrouwe uit de geburen!
Beschrijving
Op een boerderij had men een veulen dat altijd bezweet was. Een pater kwam ter plaatse en stak een paasnagel onder de deur. Daardoor zou de toveres die de problemen had veroorzaakt, niet meer kunnen binnenkomen. De vrouw kwam echter langs de achterdeur binnen!
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
487
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Lievens-Esse   
