Hoofdtekst
Ik hê nog horen vertellen dat er een wijf was en z’had een messe beloofd veur hare Sarele die dood was. En nou, z’en had die messen ie doen doen hein; da was ook ene die nog geren een potje paktege.En op ne zekere keer z’hâ kolen ingeleid en ’t wad daar een wreed groot stik kolen bij. En da groot stik kolen was ’s nachts gelijk opgepakt en neergeworpen hein en da was g’heel verbrijzeld, g’heel in mul.En ’s anderdaags riep ze tegen haar geburen da z’hare Sarel gezien hâ, da hare Sarel weer’kommen was.“Ik hê een messe beloofd, zei ze, en ‘k en hê ze nie keunen vulbrengen, ‘k en hâ geen geld ne meer”, zei ze.(su, z’hâ wel geld veur haren drank te betalen!)En hare vent was weer’kommen en z’had ’n gezien.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een vrouw die een mis had beloofd voor haar overleden man, was de gemaakte belofte vergeten. De vrouw gaf bovendien haast al haar geld uit aan drank. Op een dag had de vrouw steenkool in de kachel gelegd. Er was een bijzonder groot stuk steenkool bij. 's Nachts was het grote stuk steenkool helemaal verbrijzeld. De volgende dag vertelde de vrouw aan haar buren dat ze haar overleden man had zien verschijnen. De vrouw voegde er aan toe: "Ik had een mis beloofd, maar ik heb die belofte niet kunnen volbrengen, omdat ik geen geld meer had."
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (zuiden)
107
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ename   
