Hoofdtekst
Maar onze Zjang, die met dat tafelke kalde, hè, toen was hij thuis, maar dan zei hij: 'Als de weerwolf nu nog voor mijn kruiwagen komt' - en hij had een 'vrië' dikke, wit en zwart geplekkerde hond en die trok de kruiwagen, wor, want dan hoefden ze hem juist maar op te heffen. - 'Maar nu rij ik hem kapot' zei Zjanke. Ja, maar dan kroop de hond opzij van de kruiwagen, die had bang en dan moest hij altijd opzij uit rijden... Wie nu? dan kwam hij altijd voor de kruiwagen liggen.Door: hebben ze nooit niet de weerwolf zijn vel opgestookt of zo iets?
Beschrijving
Zjang had een wit met zwart gevlekte hond die de kruiwagen voorttrok. Wanneer de weerwolf vóór de kruiwagen kwam liggen, was de hond erg bang en kroop hij weg.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.6 Weerwolven
midden-limburgs
l
Broer van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Zjang   
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
