Hoofdtekst
‘k Moest een keer een nieuw stoofijzer dragen naar Bulte Capron in de Torhoutstrate. ’t Meisen (meid) dei open, ‘k zeggen: "Madame, ‘ tis hier met een nieuw stoofijzer van mijn baas Ferrant”. "Kom binnen, mannetje”, zei ze en ze riep Capron met zijn dikken boog (buik) met zijn gilet aan: "Wuk hapert er mannetje”, zei hij. ‘k Zeggen: "’k zijn hier met een nieuw stoofijzer van mijn baas”! "Ah ja”, zei hij, "kom binnen”! en je stak me in ’t schavelingekot (plaats vol schaapkrullen), ‘k moest al de schavelinge oprapen en er lei haast gene. Nu,n ‘k rapen z’op, ‘k kloppen, "de schavelinge is opgeraapt”, zei ik. "Wacht nog een beetje mannetje”, zei hij. Nu je kwam "’t is goed”, zei hij en je gaf twee centen: "hier mannetje, ’t is voor jou”, zegt’n, "nie voor je baas”! Me baas was ’t geware dat de bulte me gekloot (geplaags) hadde en je vroeg waar da’k zolange gezeten hadde en ‘k zei hem alles. Je was miljoenen rijke en je gaf twee centen. Je gaf tsjestig duizend frang aan de framassons in Brussel, twintig duizend frang aan ’t liberaal muziek, voor hem te doen begraven.
Beschrijving
Een man moest een nieuwe kachelpook gaan brengen naar een vrijmetselaar. De vrijmetselaar stuurde de man naar een hok en zei: "Raap hier al het schaafsel maar op". Er lag haast geen schaafsel, zodat de man onmiddellijk klaar was met dat klusje. Daarna kreeg hij van de vrijmetselaar twee cent. "Dat is voor jou en niet voor je baas!" had de vrijmetselaar er aan toegevoegd. De vrijmetselaar gaf de man maar twee cent, terwijl hij zelf schatrijk was en na zijn dood zestigduizend frank aan de vrijmetselaars van Brussel schonk en twintigduizend frank aan het liberale muziekkorps dat de begrafenis moest regelen.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
west-vlaams (ieper)
77
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Ieper   
Plaats van Handelen
Brussel   
