Hoofdtekst
Mijne pere werkte bij Wietse Doeze. En daar was ne vent die te zevenen geen eten moest hebben. En die gasten loerden hem af en hij ging naar den boomgaard en hij haalde daar een vel uit de branke en hij stak dat over zijn kop en hij deed zijnen toer. Maar die kerels gingen zijn vel pakken en terstond kwam diene vent ter plaats en hij sprak de schoonste woorden van de wereld om dat vel weer te krijgen, want hij had maar 3 dagen meer te doen.
Beschrijving
Op een boerderij werkte een knecht die ’s avonds altijd weg was wanneer er gegeten werd. Toen
enkele andere mannen de knecht een keer bespiedden, zagen ze dat hij een vel uit een boom haalde en dat over zijn hoofd trok. Op een dag gingen de mannen stiekem dat vel stelen. Het volgende ogenblik stond de knecht al bij hen; hij smeekte hen om het vel terug te geven, want hij moest maar drie dagen meer als weerwolf rondlopen.
enkele andere mannen de knecht een keer bespiedden, zagen ze dat hij een vel uit een boom haalde en dat over zijn hoofd trok. Op een dag gingen de mannen stiekem dat vel stelen. Het volgende ogenblik stond de knecht al bij hen; hij smeekte hen om het vel terug te geven, want hij moest maar drie dagen meer als weerwolf rondlopen.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
466
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zegelsem   
