Hoofdtekst
Ene man loog op sterven. Deze man goenk nooit ne de kerk. Toen hij begroaven was in het steegske tegeneuver het kerkhof onder e nen is do eens iet raar gebeurd. Op nen oavend koem de koster trug van Gelinden-kermis en koem onder de boan e ne grote hond tegen. De koster loep en toen hij un de olm koem was de hond opeens voert. Het was dus de dooie woa hem gebolgd was.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Toen de koster terugkwam van de kermis in Gelinden, zag hij onderweg een grote hond. Toen de man bij de olm kwam, was de hond plots verdwenen. De hond was de geest van een overleden man die nooit naar de kerk was geweest.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
233
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Horpmaal   
Plaats van Handelen
Gelinden   
