Hoofdtekst
I -Hebt ge ooit horen vertellen dat ge heksen kon herkennen? Bijvoorbeeld de pastoor kon die herkennen in de kerk als hij de kelk omhoog hield.2 -Ah ja, ja dat kan zijn dat er veel mensen een kennis hebben voor die persooon te herkennen. Ja, hoe zou ik dat moeten zeggen in de moderne dinge ...I -Dat hij dat kon zien in de kelk of zo, de heksen hadden dan een bijenkorf boven hun kop of zo.2 FF -Ja, kijk dat kon bestaan, maar dat bestaat nu ook, maar dat is ... op heksen, maar dat is ook, hoe zou ik dat moeten zeggen dus? Een medium, dat kent ge hé? Awel, die kan zeggen, maar een goed medium hé die u dingen kan zeggen, kijk hé, dat is een oude ziel, nen oude geest of dat is een jonge geest aan hun ogen kunnen die dat zien, een jonge ziel die geboren is die nog geen inkarnatie - kent ge dat inkarnatie? - die dat nog niet meegemaakt heeft, daaraan kunnen ze dat zien en ik veronderstel, de priesters door hun kennis of door hun vaardigheid konden dat ook zien, die slecht is of ja, die mannen die kunnen aanvoelen die zien dat ook hé, maar een andere die dat niet aanvoelt, ja, die zegt tegen ons : ja, een paranormale in feite was dat waar en toch wel niet waar en toch waar hé, hij had het ook gezien hé, maar ‘t waren geen speciale trucen of geen medailles of ze kenden ons niet ja.
Beschrijving
Een medium kan door naar iemands ogen te kijken zeggen of iemand een jonge geest heeft of een oude geest, die al meermaals is gereïncarneerd.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (groot-zottegem)
2FF
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Strijpen   
