Hoofdtekst
Looten’s moder vertelde dat er bij under (hun) te midden van de nacht een keerse brandde op d’ halve deure van de stallinge (stallen) en in ene keer was dat were weg. Dat was een doodkeerse he.
Beschrijving
Een vrouw zag in het midden van de nacht een kaars branden op de deur van de stal. Opeens was die doodkeers verdwenen.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
56
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mannekensvere   
