Hoofdtekst
Ik heb eens horen vertellen van een oud manneke van toen hij een kar hooi ging inhalen. Een stukste van hem af was een vrouw en die zag al eens omhoog. Ze waren dapper aan 't hooi laden en toen de kar half geladen was konden ze geen voet meer van de plaats. En hij begon te duivelen en de paarden trokken wat ze konden, en ze waren zo nat als mest. Toen kwam daar ene door en die zei: 'Ge steekt lijk?' - 'Ja, en dat op gelijke grond en we kunnen geen voet voort.' - 'Hebt ge Net niet gezien? Daar, ziet, dat is ze, neem een hamer en 'hoot' op de 'doem' van 't rad.' En toen ze dat deden, liet die vrouw een schreeuw en ze riep dat ze een slag in haar rug gehad had. Toen kapten ze met de 'smet' en toen trokken de paarden wel. Dat deed die heks goed.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
SINSAG 0534 - Die dreizehnte Speiche   
Beschrijving
Een oude boer ging het hooi binnenhalen. Een eindje van hem verwijderd, stond een vrouw die regelmatig omhoog keek. Toen de boer de kar halfvol had geladen, raakte er een wiel vast. De paarden waren helemaal bezweet en trokken zo hard ze maar konden, maar het hielp niets. Even later kwam er een man voorbij die zich erover verbaasde dat de kar was vastgereden op vlakke grond. De man vroeg: "Heb je Net misschien gezien?", waarop de boer antwoordde: "Ja, daarginds staat ze." De man nam een hamer en sloeg daarmee op de as van het wiel. Op dat ogenblik slaakte de vrouw een luide kreet en riep dat iemand haar in de rug had geslagen. De boer klapte met de zweep en de paarden gingen moeiteloos verder.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
2.1 Heksen
zuid-limburgs
Heksen zetten vast: variante 2
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Net   
Naam Locatie in Tekst
Gorsem   
