Hoofdtekst
Tovenaar laat vrouw komen.Dat is een tovenaar. Die mens is dood. Die mens was jonkman, Jef Eelen. Daar heeft ne kuil gestaan. Die tovenaar was nog niet getrouwd. Daar kwam hij met ne kameraad van 't dorp gegaan. Die kameraad was nen beste vent. "Zeg", zegt hem, "als gij kunt toveren, moet gij toveren, anders verzuip ik u in die put." "Ehwel", zegde hem, 't was ne zondagavond, "houd u maar stil, dan zal ik wel iet doen."Hier stond vroeger een bosken, en daar kwam een madam gewandeld uit dat bosken. "Gaat gij maar naar huis", zei hem tegen den andere. "Ik moet hier wachten tot het licht is."
Beschrijving
Een tovenaar die niet getrouwd was, kwam op een zondagavond samen met een vriend terug van het dorp. De vriend sprak tot de tovenaar: “Als jij kan toveren, dan moet je het doen, want anders verdrink ik je hier in deze put”. De tovenaar liet een madam uit het bosje tevoorschijn komen. Daarna sprak de tovenaar tot zijn vriend: “Ga jij maar naar huis. Ik moet hier wachten tot het licht wordt”.
Bron
R. Aertsen, Leuven, 1953
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (noorden van de antwerpse kempen)
250
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwmoer-Kalmthout   
