Hoofdtekst
T’er was daar ne mens die een boerderij had en zijn paarden braken hun benen al buiten op strate te gaan; en dat was ook ’t kwaad dat erop zat; en als dat ne pater of ne paster kwam ontdoen zweettegen ze dat ’t grawelijk (verschrikkelijk) was!
Beschrijving
Op een boerderij braken de paarden hun poten wanneer ze op straat kwamen. Een geestelijke die het kwaad ongedaan kwam maken, zweette verschrikkelijk.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
377
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voorde   
