Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

OMATT0104_0104_18467 - Osschaart vergezelt een man naar het scheerhuis.

Een sage (mondeling), (foutieve datum)

Hoofdtekst

Osschaart, be jaak ‘k hem daar van gehoord. Osschaart, dat hij dikkels (dikwijls) over de bane ging bij een lange keten aan zijn gat. Mandus Temmers ging altijd naar ’t scheerhuis de zaterdagavond. En van tien keers negen zag hij nen groten grijsden hond. En Mandus zei ton (dan): "Oh Kerle, zeije daar were, gaje een ende mee?" En hij ging op den andren kant van de bane en ot hij aan zijn hof kwame die beeste sprong in ’t watre en hij en zag niets niet meer. Maar hij had altijd een keten bij hem (zich) dienen hond, en dat was een grote grijsde beeste.

Onderwerp

SINSAG 0256 - Plagegeist (in Tiergestalt) erschreckt späten Wanderer (und begleitet ihn).    SINSAG 0256 - Plagegeist (in Tiergestalt) erschreckt späten Wanderer (und begleitet ihn).   

Beschrijving

Osschaart liep vaak over straat met een lange ketting. Een man die zich op zaterdagavond altijd ging laten scheren, zag vaak een grote grijze hond met een ketting. De hond liep met de man mee tot de man thuis was. Daar sprong de hond in het water en verdween.

Bron

O. Mattheeuws, Leuven, s.d.

Commentaar

1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
95
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Osschaert    Osschaert   

Naam Locatie in Tekst

Oedelem    Oedelem