Hoofdtekst
Do was eens ne man bo zen vrouw van dood was. Hij was aater gebleven met één kind. Zen vrouw was in het kroambed gewtorven. Alle naachten koem ze trug, noem het kindje op en zat het tussen de kist en de moer. De man vroeg altaid boveur zen vrouw hem nog altaid koem ploagen, terwail hij het al zo lèèstig hoa. Tenslotte twaifelde hij un de beivoat ne Sjerpenheuvel woa zen vrouw beloofd hoa. Hij besloot de beivoat in heur plak te dun. 'Ich gun veurop, zaag hij, volg mich'. Zen vrouw sprong in zene nak en zo goenken ze ne Sjerpenheuvel. Sinds dien was hij van heur verlos.
Onderwerp
SINSAG 0402 - Die versäumte Wallfahrt (Messe, Gabe)   
Beschrijving
Een man was alleen achtergebleven met een kind nadat zijn vrouw in het kraambed was gestorven. Elke nacht wanneer de vrouw kwam spoken, nam ze het kindje uit de wieg. Na een tijdje herinnerde de man zich dat zijn vrouw ooit had beloofd om op bedevaart te gaan naar Scherpenheuvel. De man besloot zelf op bedevaart te gaan en zei: "Ik ga voorop, volg mij maar!" Daarop sprong zijn vrouw in zijn zak om mee op bedevaart te gaan. Sinds die dag liet het spook zich niet meer zien.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
217
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voort   
Plaats van Handelen
Scherpenheuvel   
