Hoofdtekst
Beschrijving
In Waarbeke woonde een moeder wiens kind betoverd was. Het kind lag met een hele dikke buik in zijn wiegje. Toen het kind genezen was, werd er een kip ziek. Het dier draaide de hele tijd rond. Daarna werd een geit getroffen door de ziekte. Telkens wanneer men besloot het geitje te slachten, werd het weer wat beter. De mensen hadden van iemand de raad gekregen om een vrouw die altijd water kwam halen, voortaan niet meer binnen te laten. Omdat de boerin dat niet durfde, bleef haar man speciaal thuis om de toveres weg te sturen. Daarna gingen de mensen naar de paters van Affligem. Die geestelijken zeiden dat toverij niet bestond, maar daarop had de boerin gesproken: “Dat is wel waar. Je moet het kind zegenen”. Nadat dat was gebeurd, hadden de mensen geen problemen meer.
Bron
M. Reygaerts, Gent, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (zuid-west)
111
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Affligem   
Affligem (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Galmaarden   
Plaats van Handelen
Affligem   
Waarbeke   
