Hoofdtekst
Voor toverij gingen ze allemaal naar de witte paters in Gent (Augustijnen). Ze kregen daar broodjes en ze moesten dat zoveel dagen eten. Dat was toverij. En ge mocht de toveres, als ze kwam, geen kwaad doen.
Beschrijving
Mensen die door toverij werden geplaagd, gingen naar de paters van Gent, waar ze broodjes kregen waarvan ze een aantal dagen moesten eten. Als de toveres langskwam, mochten ze haar geen kwaad doen.
Bron
L. D'haeze, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (zuiden)
174J
fabulaat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Nederename   
Plaats van Handelen
Gent   
