Hoofdtekst
In Kokelare wos er dor e boer die upgeten wos van de ratten. Enne koste ze niet kwijt geraken. En up zekern dag de paster kaam enne vroeg: "Hoe is’t?" "Wel, goed!" zei de boer, "mor ‘k zijn upgeten van de ratten en hoe meer dat’k er pakken, hoe meer dat er kommen." De paster zei toen: "’k Gon ik hier up ’t midden van ’t hof gon mor gij moet weggon en ‘k gon ik mijn brevier uuthalen en ol die ratten gon hier kommen." Zo, o die ratten dor ollemale bij hem woren enne zei: "Je moet zien daj hier nooit meer up ’t hof komt!" Enn’e nooit geen ratten meer hèt.
Onderwerp
SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   
Beschrijving
Een boer uit Koekelare had te kampen met een heuse rattenplaag. Toen de pastoor op een dag op bezoek kwam, vroeg de boer raad aan de geestelijke. De pastoor sprak tot de boer: "Ik ga in het midden van het erf staan en ik haal mijn brevier boven. Daarna zullen alle ratten naar mij toe komen". Toen de ratten allemaal bij de geestelijke waren, sprak hij tot de dieren: "Jullie mogen hier nooit meer komen!" Daarna was de boer voorgoed verlost van zijn rattenplaag.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (vrijbos)west-vlaams (vrijbos)
110C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poelkapelle   
Plaats van Handelen
Koekelare   
