Hoofdtekst
In Honthem waren ze 'ns aan 't dorsen, met zes, zeven man. Zes dorsten er, de zevende gooide de vruchten telkens om. Eén van de dorsers was "in de bàn van d'r duvel."
Dat was echter niet zeker, hoewel een van de andere dorsers er 'n vermoeden van had. Trouwens, de duivelsverbondene rook steeds nogal vreemd, zonder dat er nou gezegd kon worden; hij ruikt naar dit of naar dat.
Ze hadden al 'n hele tijd gedorst, toen degene, die 'n vermoeden had, zei: "De sjtinks nao rotte preī." Op 't zelfde moment liet de aangesprokene z'n vlegel vallen, en rende met 'n ongelooflijke vaart de schuur uit, zonder 'n woord te zeggen.
Nooit is er meer iets van hem gezien.
Dat was echter niet zeker, hoewel een van de andere dorsers er 'n vermoeden van had. Trouwens, de duivelsverbondene rook steeds nogal vreemd, zonder dat er nou gezegd kon worden; hij ruikt naar dit of naar dat.
Ze hadden al 'n hele tijd gedorst, toen degene, die 'n vermoeden had, zei: "De sjtinks nao rotte preī." Op 't zelfde moment liet de aangesprokene z'n vlegel vallen, en rende met 'n ongelooflijke vaart de schuur uit, zonder 'n woord te zeggen.
Nooit is er meer iets van hem gezien.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Zevende dorser wordt verdacht van verbondenheid met de duivel, verdwijnt na hierover aangesproken te zijn.
Bron
Collectie Eggen, verslag 31, verhaal 3 (Archief Meertens Instituut)
Naam Locatie in Tekst
Honthem   
Plaats van Handelen
Honthem   
